
Wetenschappelijk onderzoek naar reiki
Veel onderzoeken naar de effecten van reiki laten significante effecten zien op stress, pijn, angst en depressie, maar zijn beperkt betrouwbaar vanwege kleine steekproeven en methodologische beperkingen. Zo worden behandelingen door een getrainde reiki master vaak vaak vergeleken met ‘schijnbehandelingen’ door een ‘nepbehandelaar’ om te testen voor placebo, waarbij de gemeten verschillen in veel gevallen niet significant zijn. In beiden onderzoeksgroepen werden positieve gezondheidseffecten gemeten. Dit suggereert dat de waargenomen effecten niet in verband staan met een bijzondere energische kracht van een getrainde behandelaar, maar vooral toe te schrijven zijn aan factoren zoals intentie, ontspanning, aanraking en aandacht van de behandelaar (Thrane & Cohen, 2014; Lee, Pittler & Ernst, 2008; McManus, 2017).
Het is al lang bekend dat de kwaliteit van de therapeutische relatie een van de sterkste voorspellers is voor positieve behandeluitkomsten, onafhankelijk van de specifieke therapievorm (Lambert & Barley, 2001). Reiki maakt gebruik van langdurige aanraking, en de effecten die worden waargenomen lijken vooral te berusten op de algemene mechanismen van affectieve aanraking, zoals hieronder beschreven.
Wetenschappelijk onderzoek naar aanraking
Dat er duidelijke biologische effecten zijn van affectieve aanraking is te concluderen uit een meta-analyse van 137 wetenschappelijke studies, uitgevoerd door het Herseninstituut en gepubliceerd in het gerenommeerde vakblad Nature (Packheider et al, 2024). De zachtheid en warmte van dit type aanraking beïnvloeden niet alleen onze emoties, maar ook ons zenuwstelsel, hormonen en immuunsysteem. Lagere cortisolwaarden en een hoger oxytocinegehalte leiden tot een lagere bloeddruk, een lagere hartslag en een algehele fysiologische rusttoestand. Zo heeft het een aanzienlijk effect op depressie, angst en pijngevoelens.
Het is al langer bekend dat mens en dier via aanraking elkaars emotionele en fysiologische toestanden kunnen stabiliseren (co-regulatie). Affectieve aanraking is niet zomaar “fijn” — het is een fundamenteel biologisch mechanisme voor veiligheid, verbinding en herstel. Het helpt lichaam en brein terug te keren naar een toestand waarin regeneratie, emotionele verwerking en vertrouwen mogelijk zijn.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien hoe verschillende mechanismen bij aanraking een rol spelen.
Ventrale vagale systeem
Zachte, affectieve aanraking stimuleert het ventrale vagale systeem, dat deel uitmaakt van het parasympathisch zenuwstelsel. Activatie van dit systeem leidt tot een gevoel van veiligheid, rust en verbondenheid (Porges, 2019).
Oxytocine
Affectieve aanraking verhoogt de aanmaak van oxytocine, een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij sociale hechting, vertrouwen en stressreductie. Het verlaagt de bloeddruk en hartslag, en versterkt het gevoel van geborgenheid (Uvnäs-Moberg et al., 2015).
CT-afferenten
Zachte aanraking activeert specifieke zenuwvezels, de zogenaamde C-tactiele afferenten. Hun activatie wordt in verband gebracht met pijnregulatie, gevoelens van veiligheid, affectie en stressregulatie (McGlone et al., 2014; Packheiser et al., 2024; Björnsdotter et al., 2010).
Verhoogd lichaamsbewustzijn
Handoplegging onderscheidt zich van andere therapievormen door langdurige aanraking op één plaats. Aanhoudende, gerichte aanraking bevordert interoceptie – het vermogen om interne signalen zoals hartslag, ademhaling of spanning waar te nemen. Dit verhoogt zelfbewustzijn en verbetert emotionele regulatie (Herbert et al., 2021).
Mechanoreceptoren
Zachte druk op de huid activeert mechanoreceptoren die reageren op langzame, constante aanraking. Dit stimuleert het parasympathisch zenuwstelsel en bevordert lichamelijke ontspanning en herstel.
Warmte
De warmte van een hand op het lichaam stimuleert vasodilatatie (verwijding van bloedvaten), wat de lokale doorbloeding, zuurstoftoevoer en afvoer van afvalstoffen verbetert. Warmte versterkt ook het gevoel van comfort en veiligheid via het autonome zenuwstelsel.
Neuro-immuunreacties
Regelmatige affectieve aanraking werkt ontstekingsremmend. Onderzoek laat zien dat aanraking de interactie tussen het zenuwstelsel en het immuunsysteem beïnvloedt, wat leidt tot een verlaging van ontstekingsmarkers en een versterkt herstelvermogen (Rapaport et al., 2012).
Fysiologische synchronisatie
Bij aanraking of gedeelde rustmomenten kunnen hersengolven, hartslag en ademhaling zich synchroniseren tussen twee mensen. Deze biologische systemen zijn oscillatoren: als er een koppeling of geleiding is, bijvoorbeeld via aanraking, zullen hun ritmes synchroniseren.
Literatuur
Björnsdotter, M., Morrison, I., & Olausson, H. (2010). Feeling good: On the role of C fiber mediated touch in interoception, emotions and body image. Frontiers in Psychology.
Bradley, R.T., & McCraty, R. (2017). Emotional Self-Regulation, Psychophysiological Coherence, and Performance Enhancement. In: The Handbook of Stress: Neuropsychological Effects on the Brain. Wiley.
Goldstein et al, (2018). Brain-to-brain coupling during handholding is associated with pain reduction.
Heinrich, G., & Schleip, R. (2011). Fascia as an organ of communication and interaction with the autonomic nervous system. In R. Schleip, T. Findley, L. Chaitow, & P. A. Huijing (Eds.), Fascia: The Tensional Network of the Human Body: The science and clinical applications in manual and movement therapy (pp. 76–83). Churchill Livingstone.
Herbert, B., Pollatos, O. & Klusmann, V., (2021). Interoception and Health. European Journal of Health Psychology. 27(4):127-131.
Lambert, M. J., & Barley, D. E. (2001). Research summary on the therapeutic relationship and psychotherapy outcome. Psychotherapy, 38(4), 357-361.
Lee, M. S., Pittler, M. H., & Ernst, E. (2008). Effects of Reiki in clinical practice: A systematic review of randomized clinical trials. International Journal of Clinical Practice, 62(6), 947–954.
Levin, M. (2012). “Morphogenetic fields in embryogenesis, regeneration, and cancer: Non-local control of complex patterning.” BioSystems.
McCraty, R., Atkinson, M., Tomasino, D. B.A., and Tiller, W. A., (2018). The Electricity of Touch: Detection and Measurement of Cardiac Energy Exchange Between People
McCraty, R., & Childre, D. (2010). Coherence: Bridging Personal, Social and Global Health. Alternative Therapies in Health and Medicine, 16(4), 10–24.
McGlone, F., Wessberg, J., & Olausson, H. (2014). Discriminative and affective touch: Sensing and feeling. Neuron, 82(4), 737–755.
McManus D. E. (2017). Reiki Is Better Than Placebo and Has Broad Potential as a Complementary Health Therapy. Journal of evidence-based complementary & alternative medicine, 22(4), 1051–1057. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5871310/
Packheiser, J., Hartmann, H., Fredriksen, K. et al. A systematic review and multivariate meta-analysis of the physical and mental health benefits of touch interventions. Nat Hum Behav (2024). https://doi.org/10.1038/s41562-024-01841-8
Pawling, R., Cannon, P. R., McGlone, F. P., & Walker, S. C. (2017). C-tactile afferent stimulating touch carries a positive affective value. PLOS ONE.
Thrane, S., & Cohen, S. M. (2014). Effect of Reiki therapy on pain and anxiety in adults: An in-depth literature review of randomized trials with effect size calculations. Pain Management Nursing, 15(4), 897–908.
Uvnäs-Moberg, K., Handlin, L., & Petersson, M. (2015). Self-soothing behaviors with particular reference to oxytocin release induced by non-noxious sensory stimulation. Frontiers in Psychology.


