
Onderzoek naar reiki: significante resultaten – geen bewijs voor energetische werking
Wat is er bekend over de effecten van reiki volgens wetenschappelijk onderzoek? Veel studies laten significante effecten zien op stress, pijn, angst en depressie. Wel is de betrouwbaarheid van het beschikbare onderzoek vaak beperkt door kleine steekproeven, methodologische tekortkomingen of verschillen in onderzoeksopzet. Hierdoor blijft de waarde van reiki als specifieke behandelingsmethode nog onbewezen; voor toetreding tot de reguliere gezondheidszorg is eerst meer én kwalitatief beter onderzoek nodig.
Een methodologische beperking is bijvoorbeeld dat dubbelblind onderzoek, zoals dat bij geneesmiddelenonderzoek gebruikelijk is, bij reiki moeilijk uitvoerbaar is. De behandelaar weet immers of hij of zij de behandeling geeft.
In veel onderzoeken wordt wel getest op placebo via controlegroepen. Hierbij wordt vaak een reguliere reiki-behandeling, uitgevoerd door een getrainde reiki master, vergeleken met een sham- of schijnbehandeling. Het resultaat: bij beide onderzoeksgroepen worden regelmatige positieve gezondheidseffecten gerapporteerd. Echter zijn de verschillen tussen beide groepen niet altijd statistisch significant (Thrane & Cohen, 2014; Lee, Pittler & Ernst, 2008; McManus, 2017; Baldwin, DeLeon & Dyer, 2026). Dit suggereert dat de effecten niet specifiek aan de reiki-training van een behandelaar kunnen worden toegeschreven. De effecten lijken in ieder geval gedeeltelijk in verband te staan met contextuele factoren, zoals aanraking, behandelsetting en de interactie tussen therapeut en cliënt.
Onderzoek naar aanraking: significant effect door diverse fysiologische en neurologische mechanismen.
Dat er sterke biologische effecten zijn van aanraking is inmiddels bekend. Het is de conclusie in een meta-analyse van 137 wetenschappelijke studies, uitgevoerd door het Herseninstituut en gepubliceerd in het gerenommeerde vakblad Nature. De zachtheid en warmte van aanraking beïnvloeden niet alleen onze emoties, maar ook ons zenuwstelsel, hormonen en immuunsysteem. Lagere cortisolwaarden en een hoger oxytocinegehalte leiden tot een lagere bloeddruk, een lagere hartslag en een algehele fysiologische rusttoestand. Zo heeft menselijke aanraking een significant effect op depressie, angst en pijngevoelens (Packheiser et al, 2024).
Het onderzoek suggereert dat het therapeutische voordeel van aanraking niet zozeer afhangt van precies wélke techniek gebruikt wordt, maar vooral van het feit dat er überhaupt aanraking is. Ook bij dieren leidt menselijke aanraking tot fysieke en psychologische effecten, vergelijkbaar met de effecten op de mens (Packheiser et al, 2024).
Het is al langer bekend dat mens en dier via aanraking elkaars emotionele en fysiologische toestanden kunnen stabiliseren. Affectieve aanraking is een fundamenteel biologisch mechanisme voor veiligheid, verbinding en herstel. Het helpt lichaam en brein terug te keren naar rest-and-digest modus: een toestand waarin regeneratie, emotionele verwerking en vertrouwen mogelijk zijn. Het fenomeen waarbij mensen of dieren elkaars toestand helpen stabiliseren noemt men co-regulatie.
Wetenschappelijk onderzoek beschrijft verschillende mechanismen waardoor affectieve aanraking lichamelijke en psychologische effecten kan hebben:
- Aanraking kan de aandacht voor interne lichaamssignalen versterken. Bevordering van interoceptie – het vermogen om interne signalen zoals hartslag, ademhaling of spanning waar te nemen – verbetert emotionele regulatie (Herbert et al., 2021).
- Zachte aanraking wordt door verschillende receptoren in de huid geregistreerd. Activatie van mechanoreceptoren, met name door zachte druk, stimuleert het parasympathisch zenuwstelsel en bevordert lichamelijke ontspanning en herstel (Roudaut et al, 2012).
- Activatie van een specifieke categorie zenuwvezels, de zogenaamde C-tactiele afferenten, wordt in verband gebracht met pijnregulatie, gevoelens van veiligheid, affectie en stressregulatie (McGlone et al., 2014; Packheiser et al., 2024; Björnsdotter et al., 2010).
- Activatie van het ventrale vagale systeem, dat deel uitmaakt van het parasympathisch zenuwstelsel, bevordert gevoelens van veiligheid, rust en verbondenheid (Porges, 2019).
- Verhoging van de aanmaak van oxytocine – een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij sociale hechting, vertrouwen en stressreductie – verlaagt het cortisolniveaus, de bloeddruk en hartslag, en versterkt het gevoel van geborgenheid (Uvnäs-Moberg et al., 2015).
- Warmte op de huid versterkt het gevoel van comfort en veiligheid via het autonome zenuwstelsel. Ook kan het lokale vasodilatatie (verwijding van bloedvaten) verhogen. Dit verbetert de lokale doorbloeding, zuurstoftoevoer en afvoer van afvalstoffen.
- Door het verminderen van de stressrespons kan aanraking ook processen van het immuunsysteem beïnvloeden. Dit kan leiden tot een verlaging van ontstekingsmarkers en een versterkt herstelvermogen (Rapaport et al., 2012).
- Fysiologische synchronisatie: tijdens sociale interactie kunnen fysiologische processen, zoals hartslag en ademhaling, tijdelijk op elkaar worden afgestemd. Ook aanraking werkt als fysiologische koppeling en kan bijdragen aan co-regulatie: het gezamenlijk reguleren van spanning en emoties (Goldstein et al., 2017; Gordon & Bartsch, 2026).
Literatuur
Baldwin, A. L., DeLeon, P., & Dyer, N. L. (2026). Investigation and assessment of sham Reiki protocols in Reiki research. Complementary Therapies in Medicine, 101, 103415
Björnsdotter, M., Morrison, I., & Olausson, H. (2010). Feeling good: On the role of C fiber mediated touch in interoception, emotions and body image. Frontiers in Psychology.
Bradley, R.T., & McCraty, R. (2017). Emotional Self-Regulation, Psychophysiological Coherence, and Performance Enhancement. In: The Handbook of Stress: Neuropsychological Effects on the Brain. Wiley.
Goldstein et al, (2018). Brain-to-brain coupling during handholding is associated with pain reduction.
Gordon, I., & Bartsch, R. P. (2026). Correlates of interpersonal physiological synchrony and sources of empirical heterogeneity. Nature Reviews Psychology, 5(3), 201–215. https://doi.org/10.1038/s44159-026-00535-4
Heinrich, G., & Schleip, R. (2011). Fascia as an organ of communication and interaction with the autonomic nervous system. In R. Schleip, T. Findley, L. Chaitow, & P. A. Huijing (Eds.), Fascia: The Tensional Network of the Human Body: The science and clinical applications in manual and movement therapy (pp. 76–83). Churchill Livingstone.
Herbert, B., Pollatos, O. & Klusmann, V., (2021). Interoception and Health. European Journal of Health Psychology. 27(4):127-131.
Lambert, M. J., & Barley, D. E. (2001). Research summary on the therapeutic relationship and psychotherapy outcome. Psychotherapy, 38(4), 357-361.
Lee, M. S., Pittler, M. H., & Ernst, E. (2008). Effects of Reiki in clinical practice: A systematic review of randomized clinical trials. International Journal of Clinical Practice, 62(6), 947–954.
Levin, M. (2012). “Morphogenetic fields in embryogenesis, regeneration, and cancer: Non-local control of complex patterning.” BioSystems.
McCraty, R., Atkinson, M., Tomasino, D. B.A., and Tiller, W. A., (2018). The Electricity of Touch: Detection and Measurement of Cardiac Energy Exchange Between People
McCraty, R., & Childre, D. (2010). Coherence: Bridging Personal, Social and Global Health. Alternative Therapies in Health and Medicine, 16(4), 10–24.
McGlone, F., Wessberg, J., & Olausson, H. (2014). Discriminative and affective touch: Sensing and feeling. Neuron, 82(4), 737–755.
McManus D. E. (2017). Reiki Is Better Than Placebo and Has Broad Potential as a Complementary Health Therapy. Journal of evidence-based complementary & alternative medicine, 22(4), 1051–1057. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5871310/
Packheiser, J., Hartmann, H., Fredriksen, K. et al. A systematic review and multivariate meta-analysis of the physical and mental health benefits of touch interventions. Nat Hum Behav (2024). https://doi.org/10.1038/s41562-024-01841-8
Pawling, R., Cannon, P. R., McGlone, F. P., & Walker, S. C. (2017). C-tactile afferent stimulating touch carries a positive affective value. PLOS ONE.
Roudaut Y, Lonigro A, Coste B, Hao J, Delmas P, Crest M. Touch sense: functional organization and molecular determinants of mechanosensitive receptors. Channels (Austin). 2012 Jul-Aug;6(4):234-45. doi: 10.4161/chan.22213.
Saumet, J. L., Abraham, P., & Jardel, A. (1998). Cutaneous vasodilation induced by local warming, sodium nitroprusside, and bretylium iontophoresis on the hand. Microvascular Research, 56(3), 212–217. https://doi.org/10.1006/mvre.1998.2099
Thrane, S., & Cohen, S. M. (2014). Effect of Reiki therapy on pain and anxiety in adults: An in-depth literature review of randomized trials with effect size calculations. Pain Management Nursing, 15(4), 897–908.
Uvnäs-Moberg, K., Handlin, L., & Petersson, M. (2015). Self-soothing behaviors with particular reference to oxytocin release induced by non-noxious sensory stimulation. Frontiers in Psychology.


